Porseleinen kop en schotels

Rond 1883 start het museum in twee kamers van het Missiehuis, met o.a. een Chinees theeservies, waarin de gasten van pater Arnold Janssen soms thee kregen geserveerd.


 

Bronzen cloisonné wijnkruik met draak met vijf tenen

In China zijn draken de brengers van geluk, maar alleen een keizerlijke draak mag vijf tenen hebben. Draken met vier tenen zijn voor prinsen en buitenlandse koningen. Voor het gewone volk mag een draak slechts drie tenen hebben.

Cloisonné is een oude techniek voor het decoreren van metalen voorwerpen met gekleurd materiaal dat op hun plaats wordt gehouden of gescheiden door metalen strips of draad, normaal gesproken van goud. In de afgelopen eeuwen is glasachtig email gebruikt, maar in oudere perioden werden ook inlays van geslepen edelstenen, glas en andere materialen gebruikt. Cloisonné-emailvoorwerpen worden bewerkt met emailpoeder dat tot een pasta wordt verwerkt, die vervolgens in een oven moet worden gebakken. Als edelstenen of gekleurd glas worden gebruikt, moeten de stukken worden gesneden of gemalen in de vorm van elk cloison. In China en Japan polijst men vervolgens het object net zo lang totdat er geen draad meer uitsteekt boven het email. Deze vorm van kunst werd reeds toegepast in de 5e eeuw v.Chr. en werd veel toegepast in de Byzantijnse architectuur. 

Vanuit Byzantium bereikte de techniek China in de 13-14e eeuw de vroegst dateerbare stukken stammen uit het bewind van keizer Xuande (1425-1435), die echter een volledig gebruik van Chinese stijlen laten zien, wat wijst op een aanzienlijke ervaring in de techniek. Aan het begin van de 18e eeuw had de keizer van Kangxi een cloisonné-werkplaats tussen de vele keizerlijke fabrieken. De meest uitgebreide Chinese stukken zijn van de vroege Ming-dynastie, vooral de regeringen van de Xuande-keizer en de Jingtai-keizer (1450-1457). De Chinese industrie lijkt te hebben geprofiteerd van een aantal bekwame Byzantijnse vluchtelingen die de val van Constantinopel in 1453 ontvluchtten. De Chinese naam voor de techniek, jingtailan ("Jingtai blue ware"), verwijst naar de Jingtai-keizer. In veel Chinees cloisonné is blauw meestal de overheersende kleur.

 


Toelichting door pater Antoon Volpert SVD uit 1902

DE TSCHAN-ZE OF EREN-TAPIJT

In China is het de gewoonte, dat verdienstelijke mandarijnen door het volk of door vrienden zekere onderscheidingen ten deel vallen; bijvoorbeeld grote houten eren-tafels met een kernspreuk, bestaande uit vier vergulde letters, Biaen genoemd; of grote zijden paraplu's met de naam van den gever er op, Wuan-min-saen genaamd; of fijne kledingstukken, bedekt met de namen der gevers, Wuaen-min-y genaamd; het gebruikelijkst zijn echter de Eren-tapijten, die men Tschan-ze noemt. Dit geschenk wordt bij promotie of bij geboortefeest den mandarijn overhandigd.

De hier gestuurde Eren-tapijt werd mij 5 Juli 1901 in de stad Jangkoe aangeboden.

Het kunstvol borduursel en nog meer de herkomst van dit voorwerp, deden mij besluiten, het tapijt naar het missie-museum te Steyl te zenden. Hier eerst enige geschiedkundige notities.

Dit tapijt is afkomstig uit de nalatenschap van den tiran, die den zaligen P. Perboyre gemarteld heeft. Zijn naam was Dsou-tien-ziau en was onderkoning in Hoepé. Zijn geboorteplaats lag in de omgeving van het tegenwoordige Zuid Sjantoeng, waar hij ook begraven ligt en een gedeelte van zijn familie nog voortleeft, ondertussen zeer verarmd. Een andere tak van zijn familie leeft in Sütschou-foe, is nog zeer welgesteld en heeft nog verschillende leden, die als mandarijn fungeren.

Zijn geboorte-dorp was Dou-tja-jae. Kind van arme ouders; zijn vader was herder. Hij moest zelf als knecht bij vreemde mensen zijn brood verdienen. Toen hij 18 jaar was, begon hij te studeren. Overdag leerde hij flink; en de nacht bracht hij door met oefeningen voor de militaire dienst. Hij bezat buitengewoon talent en bracht het tot grote geleerdheid. Over twee provincies werd hij als onderkoning aangesteld en bewees de Staat goede diensten. Zoals de martelaarsgeschiedenis vermeldt, was hij zeer hardvochtig. Zelfs werd hij zo gruwzaam, dat hij bij den keizer in ongenade viel. Dsou-tien-ziau werd afgezet en verbannen, later echter gebruikte de keizer zijn diensten wederom. Hij moet als generaal in de oorlog tegen de opstandelingen gevallen zijn. De Staat vereert hem nu nog als een held en verdienstvol Staatsman en heeft zijn familie het privilegie verleend, dat altijd een van zijn naaste familieleden den geleerden-graad van de Djü -gen mag voeren. Eigenaardig is het, dat de beste staatslieden van China juist de grootste vijanden van de buitenlanders zijn. In deze buitengewone mensen verankert zich de Chinese vaderlandsliefde en daarmede de haat tegen de vreemden.

VERKLARING VAN DE FIGUREN

In het midden van het tapijt is een groot-mandarijn in oeroude dracht uitgebeeld. In zijn rechterhand houdt hij een schepter, als teken van zijn waardigheid; de linkerhand krult de punt van zijn driedelige doorzichtige baard. (Het is niet 't portret van dengene die feestviert). Boven deze hoofdfiguur ontdekt men drie figuren: links een mandarijn, symbool van zijn ambtswaardigheid; rechts een man met kind, het symbool van rijkdom en familiegeluk; in het midden een vergeestelijkte grijsaard met een perzik, het symbool van een lang leven. Deze drie figuren zijn volgens 'n Chinese legende drie sterren, die in goddelijke wezens veranderd zijn. In deze drie verankeren zich de hoofdwensen van de Chinezen: Fu, Lu, Schou, dat is geluk, ambtswaardigheid en hoge ouderdom.

Bovenaan ziet U 'n draak met een bord in zijn bek, waarop vier tekens staan afgebeeld, die aanduiden, dat door bizondere gunst van den keizer en de keizerin-moeder, de verering van den feestvierende volgde. Aan beide kanten van den draak bevinden zich bonte vogels. Deze vogel is de fabelachtige Fung-chuang, die volgens de legende in het gouden tijdperk altijd zichtbaar was, daarna van de aarde verdween en alleen zich dan nog maar liet zien, wanneer onder een volmaakt heerser het volk in geluk en vrede leefde, hij wordt dan ook voorgesteld als symbool van het vreedzaam volksgeluk.

Onder de draak ziet U de zon; de zon van het geluk straalt even boven den vereerden. Rondom de hoofdfiguren in de omlijsting vindt U 8 figuren met verschillende onderscheidingen uitgebeeld; het zijn de bekende Ba-sien, 8 mensen, die door het streven naar de volmaaktheid de gave van onsterfelijkheid verkregen en heden ten dage nog verschijnen, om aan de stervelingen wonderbare hulp te verlenen. Iedere figuur heeft naar heidense legende een bizondere betekenis. Daaronder ziet men een paleis van Fung-chuang en vleermuizen (laatste is het symbool van onvergankelijke ouderdom). Daaronder 3 leeuwen. Het geheel, ondanks de kleurenpracht, maakt op ons een donkere, treurige indruk; het is derhalve een uitbeelding van bijgelovige figuren, waarvan de draak en de oude slang bovenaan staan, die het arme Chinese volk in zo vaste ketenen geslagen houdt

De lettertekens zijn van het tapijt verwijderd; ondertussen kan men de sporen hiervan nog herkennen, die ons aangeven, dat het Eren-tapijt door vrienden van den groot-mandarijn Dsou-tien-ziau bij gelegenheid van de verheffing op de troon is geschonken.

De zalige P. Perboyre stierf onder de handen van dezen man den marteldood 11 September 1840.

Tsining, 2 Februari 1902

 

P. Antoon Volpert SVD.

Missionaris